• Home
  • Redactionele artikelen

Redactionele Artikelen

Deel dit artikel met je vrienden:
Share |

Bijdrage van: drs. H. ter Linden, Plastisch chirurg bij Privékliniek Zwolle en Isala Klinieken

Borstreconstructie


Een amputatie van een deel van het lichaam kan van grote invloed zijn op het lichamelijk en/of psychisch functioneren van een persoon. Dat geldt zeker ook bij een borstamputatie.

auteursfoto_H_ter_Linden
drs. H. ter Linden
Handchirurg bij Xpert Clinic
Plastisch chirurg en handchirurg bij Diakonessenhuis Utrecht/Zeist/Doorn
Borstreconstructie_foto1a
Borstreconstructie_foto1b
Foto 1a en 1b: Reconstructie met expander en prothese. Bij de eerste operatie werd een expander ingebracht. Later werd deze vervangen door de definitieve prothese, gevolgd door tepelreconstructie en tatoeage van de tepelhof. Er resteert een beperkt verschil maar met bh zal het verschil kleiner zijn.
Borstreconstructie_foto2a
Borstreconstructie_foto2b
Foto 2a en 2b: Reconstructie met een LD inclusief aanvulling van huid. Deze is als inzet deels zichtbaar in de onderpool van de borst. Het oorspronkelijke oude litteken blijft zichtbaar in de bovenpool van de borst. Tepel en tepelhof zijn hier op verzoek van patiënt niet gereconstrueerd. Op 2a ziet u de markering van de plaats waar het huideiland zal worden ingevoegd.
Borstreconstructie_foto3a
Borstreconstructie_foto3b
Foto 3a en 3b: Enkelzijdige secundaire reconstructie met een ‘DIEP’. Het is het resultaat na een klein half jaar, vlak na tepelhof tatoeage. Het litteken aan de binnenkant van de borst is het gevolg van een beperkt verlies van huid en onderliggend vet. Later zal hiervoor een littekencorrectie worden uitgevoerd.
Borstreconstructie_foto3c
Borstreconstructie_foto3d
Foto's 3c en 3d: Dubbelzijdige primaire reconstructie met een ‘DIEP’. Patiënte heeft het BRCA-gen en koos voor preventieve amputatie. De huid werd gespaard en de beide DIEP’s liggen onder de originele huid van de borst. De hof is de enige huid van de DIEP die zichtbaar is. Prettige bijkomstigheid: patiënte vindt haar borsten nu mooier dan voor de operatie!
Borstreconstructie_foto4a
Borstreconstructie_foto4b
Borstreconstructie_foto4c
Borstreconstructie_foto4d
4a: na ‘Diep’-reconstructie rechts, voor NAC reconstructie.
4b: na 4 maal tatoeage, ovaal-vormig vooruitlopend op tepelreconstructie met lokaal weefsel.
4c: direct na tepelreconstructie met nog zichtbaar litteken.
4d: resultaat paar weken post operatief.

Bij de behandeling van borstkanker kiest de oncologisch chirurg in overleg met de patiënt voor een behandelplan. Als onderdeel daarvan wordt de tumor meestal chirurgisch verwijderd. Gelukkig kan dat vaak met behoud van het gezonde deel van de borst: de zogenaamde mamma-sparende therapie (MST). In andere gevallen is een amputatie beter.
Bij een (al dan niet partiële) amputatie zal de chirurg U wijzen op de effecten van het uiterlijk van de borst en de mogelijkheden van een eventuele borstreconstructie bespreken. Ook sommige borstsparende behandelingen komen in aanmerking voor een zogenaamde oncoplastische reconstructie.
Oncoplastische borstreconstructies worden door de plastisch chirurg uitgevoerd. Hieronder worden de gangbare technieken van borstreconstructie besproken.

Opties bij borstsparende therapie

Bij een deel van de patiënten met borstkanker wordt door de oncologisch chirurg een borstsparende behandeling voorgesteld. Als maar weinig weefsel weggehaald hoeft te worden (d.w.z. een gunstige ratio tussen tumor en volume borst), kan meestal een acceptabele vorm van de borst behouden blijven en hoeft de plastisch chirurg geen (primaire) correctie/reconstructie uit te voeren.
In de andere gevallen kan de plastisch chirurg de vorm van de borst zoveel mogelijk behouden door gebruik te maken van weefsel van de borst zelf oftewel weefsel uit de directe omgeving van de borst. Indien de patiënte een grote cupmaat heeft en de tumor zit op een gunstige plek, dan kan gekozen worden voor bijvoorbeeld een reguliere borstverkleining waarbij uiteraard de tumor in het te verwijderen weefsel dient te zitten. Soms dient echter gekozen te worden voor één van de hierna beschreven methoden van borstreconstructie bij amputatie.

Opties bij borstamputaties

Als kunstmatige indeling worden de reconstructies in 4 groepen verdeeld. Bij elke behandelmethode treft u een voorbeeld uit de eigen praktijk aan. Het onderschrift bij elke foto geeft toelichting.

De 4 behandelopties zijn:

  1. Prothese
  2. Rug
  3. Buik
  4. Bil/overige

1. Prothese-methode

Een borstprothese kan ingebracht worden onder de huid-vet-(spier)-laag mits die van goede kwaliteit is. Dat betekent dat de prothese in zijn geheel bedekt is met gezond en goed doorbloed weefsel. Dit is eigenlijk alleen het geval als de reconstructie primair wordt uitgevoerd, huidsparend is, de huidlappen niet te dun zijn en nadien geen radiotherapie/bestraling nodig is.

Bij de overige primaire en alle secundaire correcties wordt eerst een zogenaamde ‘expander’ ingebracht. In de weken na de operatie wordt deze ballon beetje bij beetje met water gevuld (geëxpandeerd). Na enige maanden kan de ‘expander’ worden vervangen door een definitieve borstprothese. Dan zijn dus twee, vaak korte, operaties nodig met tussentijds 6-10 maal een polikliniekbezoek om de expander te vullen (foto 1a en 1b).

2. Rug-methode

Hierbij wordt de Latissimus Dorsi (LD) spier van de rug gebruikt. Bij deze weefselverplaatsing van rug naar borstregio (onderhuids via de oksel doorgevoerd) wordt vaak een ovaalvormige huid-vet-laag op de spier behouden en meegenomen naar voren. Deze ovaal kan aan de borstzijde worden ingevoegd om zo het eventuele tekort aan huid-vetlaag direct aan te vullen. De rugspier wordt gebruikt om een goed doorbloede bescherming te geven rondom de prothese en om voeding te geven aan de huid-vet-laag. Een prothese is bij deze operatie vaak nodig omdat de borst anders niet groot genoeg wordt. De wond op de rug wordt meestal direct gesloten. Als variant kan gekozen worden voor een zogenaamde ‘extended LD’ waarbij zoveel mogelijk vet van de rug wordt meegenomen ter vergroting van het volume. Afhankelijk van het postuur en gewenste grootte van de nieuwe borst is dan soms een prothese niet nodig. (foto 2a en 2b).

3. Buik-methode

Het gebied tussen navel en schaambeen bevat vaak een huid-vet overschot. Dat weefsel heeft goede gelijkenis met borstweefsel en is in volume meestal groot genoeg om één of zelfs twee borsten mee te reconstrueren.Vroeger werd vaak de ‘TRAM flap’ techniek gebruikt. Tegenwoordig is de meest gebruikte vorm de ‘DIEP-flap’.

Bij de DIEP-flap wordt één van de vaatbundels (bestaand uit meestal 1 slagader en 2 aderen dicht naast elkaar) geselecteerd die naar de huid-vet-laag van de onderbuik gaan. De gekozen bundel komt meestal uit de rechte buikspier. De vaatbundel wordt onder loep vergroting tot ver in de spier vervolgd totdat deze lang en groot genoeg is. Aldaar wordt de bundel doorgenomen en worden zowel de slagader als de ader(en) met de microscoop aangesloten op een slagader respectievelijk een ader die naast het borstbeen en juist achter de ribben liggen. De DIEP kan vervolgens tot een borst worden gemaakt. De buik kan, soms met enige spanning, direct worden gesloten zoals ook gebeurt bij een buikwandcorrectie.

Van alle vormen van reconstructie voelt de borst bij deze methode het meest natuurlijk aan. Het litteken op de buik is meestal goed te bedekken met kleding en wordt over het algemeen niet als storend ervaren. Er is geen borstprothese nodig om volume toe te voegen en de DIEP heeft in principe levenslang geen onderhoud nodig. (Enkelzijdig secundair: foto 3a en 3b. Dubbelzijdig primair bij positief BRCAgen: foto 3c en 3d).

4. Bil-methode / overig

Indien een van de bovenstaande methoden om een of andere reden niet gebruikt wordt, kan een andere bron van weefsel worden aangewend. De bil of binnenzijde van het bovenbeen zijn voorbeelden daarvan. Ook deze methoden kunnen goede resultaten geven maar zijn meestal 2e keus indien om welke reden dan ook een DIEP niet mogelijk is.

Factoren van invloed op de keus van type reconstructie

Radiotherapie/bestraling, locale kwaliteit van de huid-vet-spierlaag, leeftijd, algehele gezondheid, gewicht, medicatie, roken, aversie tegen protheses, hoeveelheid en kwaliteit van donorplaats, plaats litteken van donor-plaats, ervaring behandelend specialist etc. kunnen van invloed zijn op de keuze van type reconstructie.

Complicaties

Bij elke vorm van reconstructie kunnen complicaties optreden. Algemeen voorkomende complicaties zijn nabloedingen, infecties, seroomvorming en stoornissen in de wondgenezing. Voor elke methode afzonderlijk zijn er methodespecifieke complicaties. Mocht er bij de lezer behoefte zijn aan een uitgebreide beschrijving, kan dat altijd bij de auteurs worden opgevraagd.

Voor- en nadelen

Elke optie heeft methode-specifieke voor- en nadelen. Niet elke patiënt komt in aanmerking voor iedere methode. Ook zal de ene patiënt de specifieke voor- of nadelen van elke afzonderlijke methode anders afwegen dan een ander. Ook dat kan leiden tot de keus voor een andere methode: het blijft maatwerk.

Additionele ingrepen bij de mammareconstructie

Tepelreconstructie

Na de reconstructie wordt een paar maanden gewacht totdat de tepel en tepelhof worden gereconstrueerd. De borst dient eerst een meer definitieve vorm te krijgen. Gekozen kan worden om de helft van de tepel van de gezonde borst als ‘composite graft’ te gebruiken voor de nieuwe borst (foto 1). Ook kan lokaal weefsel van de nieuwe borst worden gebruikt (foto’s 4) om een nieuwe tepel te maken. Soms kan zelfs een oorlel goede dienst doen (foto’s 3).

Tepelhofreconstructie

De tepelhof wordt meestal gereconstrueerd met een medische tatoeage van in totaal 3 tot 5 sessies met telkens ten minste 6 weken pauze.

Secundaire correcties na reconstructie

In ongeveer 15 % van de gevallen is een aanvullende ingreep nodig.

Secundaire correctie gereconstrueerde borst:

Voorbeelden zijn:

  • Correcties van surplus in de oksel na LD of ‘dogears’ bij een DIEP.
  • Littekencorrecties, bij alle methoden soms geindiceerd, zowel ter plaatse van het acceptor als het donorgebied.
  • Verkleinen van een DIEP door middel van liposuctie indien bij de primaire ingreep geen verantwoorde verkleining mogelijk is.
  • Lipofilling van storende contourdefecten in hoofdzakelijk decolleté en lateraal bij de oksel; bij alle vormen van reconstructie.
  • Late correctie van een complicatie.

 

Afhankelijk van de grootte van de ingreep en de localisatie gebeurt de correctie onder locale verdoving of algehele narcose.

Secundaire aanpassing andere/gezonde zijde:

Het kan nodig zijn om de andere/gezonde borst aan te passen. Zo zal een gezonde borst met een cup E en lage tepelstand te veel verschillen van een DIEP - C-cup. De gezonde borst kan dan worden verkleind en de tepelhoogte worden aangepast.

Indien gekozen is voor de expandermethode kan het zijn dat een borstlift de enige optie is om tot een redelijk symmetrisch beeld te komen, zeker bij de meer ‘hangende’ gezonde borst.

 
 
Wegwijzer van de Medische Esthetiek
Het complete naslagwerk
 
Klinieken
Bekijk alle klinieken.
 
Specialisten
Bekijk alle specialisten.
 
Aanbiedingen
Bekijk alle aanbiedingen.
 
Redactionele artikelen
Medisch specialisten geven achtergrondinformatie over behandelingen.